Browsing Category

Write it down

Write it down

Zij verloor haar woorden en ik vergat de mijne

De eerste keer dat ik haar zag, zaten haar grijze haren in pieken rond haar hoofd. Ze glimlachte wat weemoedig. Haalde haar pinpasje door het grijze apparaat. Drukte de toetsjes in.

“Het is lekker rustig vandaag,” zei ze en ik glimlachte terug zoals een kassiere dat beaamt te doen. “De sperziebonen waren in de aanbieding toch?” Ze wees naar de rieten mand waar haar spullen ingepropt waren. Ik knikte bevestigend.

Ze was net zoals de vrouw met de drie pakjes sigaretten en de twee flesjes wijn. De vrouw die het gehandicapte jongetje achter haar een paar centen toestopte zodat hij kauwgom kon kopen. Ik vroeg me af of er ’s avonds iemand was om koffie mee te drinken, laat staan wijn.

Weken zag ik haar niet, tot ze aan de kassa verscheen. Hetzelfde mandje bungelde er om haar arm. Ze glimlachte weer, maar niet met dezelfde blik. Ze zag eruit alsof ze een jong meisje was, met de pop in haar handen geklemd, onder moeders vleugels. Alleen hield ze haar mandje vast in plaats van een porseleinen speelgoed.

“Een prettig weekend,” zei ik de eerste keer en ze opende haar mond om iets te zeggen. Er kwamen brabbels en er kwamen horten en stoten van lettergrepen, maar er kwamen geen woorden. Ze slikte haar zinnen in en knikte me hetzelfde toe.

De week erop deed ze nog harder haar best. “Dada-ha-da-geh-wel,” was alles wat ze kon produceren. Ze haalde haar schouders op alsof ze schuldig was. Alsof ze wilde zeggen, “sorry dat ik geen fatsoenlijke woorden meer kan spreken en toch de zinnen voel.” Hoe stel je iemand op haar gemak als ze zichzelf niet meer kan verwoorden?

Iedere week zag ik een stukje meer van haar verdwijnen, oplossen. Geabsobeerd door de wereld om haar heen. Haar woorden werden de woorden van anderen. Mensen die haar zinnen af maakten omdat zij het niet meer kon.

We knikten en glimlachten slechts nog maar, zodat geen van ons beide de last van de stilte hoefde te dragen.

Dat is het leven, zegt men dan. Met haar kleine, vriendelijke varkensoogjes, haar vergoelijkte lach en de ingeslikte gedachtes die ze bij haar draagt.

Ik heb haar al een poosje niet meer gezien.

Write it down

“We have lost a father.”


Er zijn van die momenten in je leven die je nog kunt herinneren als de dag van gisteren. Wat je deed en waar je was, staat nog scherp in je geheugen gegrift. Een van die dingen is voor veel mensen de vrijlating van Nelson Mandela. Ik heb dit nooit bewust meegemaakt aangezien ik nog niet geboren was, maar de man is me wel altijd bijgebleven. Madiba was een enorm bijzondere man. Ik zal niet alles herhalen wat er in de kranten, talkshows en over de rest van internet verspreid is, maar ik het voelt niet oké om iets te schrijven over mijn nieuwe camera of the Hunger Games nu zo’n groots persoon is overleden.

Ik heb de apartheid met mijn eigen ogen gezien in het Apartheidsmuseum en me verwonderd over de wreedheid van deze periode. Ik kan er met mijn hoofd niet bij dat een mens te min kan zijn om zijn huidskleur, de taal die hij spreekt, de kleur van zijn ogen of zijn afkomst. Ik heb de overblijfsels van de Apartheid met mijn eigen ogen gezien en met mijn eigen oren gehoord. Ik zal nooit vergeten hoe de toenmalig directeur van Emil Weder High School, die tijdelijk in Nederland was, opmerkte dat alles hier zo anders is. “I could just walk to a bus and sit and nobody would stare at me or would give me uncomfortable feelings because I am black.” Wie denkt dat de Apartheid verdwenen is uit Zuid-Afrika, houdt zichzelf voor de gek. Mandela’s droom is zeker deels uitgekomen, maar de rassendiscriminatie is daar nog steeds in leven.


Het is bizar als je erover nadenkt dat we Hitler’s werk allemaal afkeuren en nooit meer terugwillen naar die situatie en tegelijkertijd gebeuren er gelijkwaardige dingen in Zuid-Afrika. In 2013. Nog steeds. Toen Jacob Zuma, die samen met Mandela gevangen zat op Robbeneiland, gisteravond bekend maakte dat Madiba was overleden, werd Zuid-Afrika een beetje stil. Ik werd er ook een beetje stil van.

In mijn ogen is hij boven zijn menselijke gevoelens uitgestegen door geen haat in zijn ogen te hebben op het moment dat hij de gevangenis uit komt, laat staan om een poging tot verzoening te doen. Hoe kun je die man die je verantwoordelijk houdt voor 26 jaar keihard afzien (al dan niet op Robbeneiland) niet in de haren willen vliegen? Het werk dat hij daar deed was zwaar. Hieronder kun je de steengroeve zien waar hij samen met de anderen steen moest hakken. Dagen lang moesten ze dat doen in de volle zon, terwijl de zon weerkaatste op het witte kalk (daarom had hij erg slechte ogen). In de grot in de verte hadden ze een beetje schaduw. Het waren allemaal slimme mannen die vastzaten op Robbeneiland en als het even kon probeerden ze elkaar te onderwijzen en hun hersens actief te houden. Mandela’s cel was heel erg klein. Zo klein dat ik er geen goede foto van heb kunnen maken toen ik er was.

Toen ik in 2011 op Robbeneiland was heerste er een hele vreemde sfeer. In de gevangenis met de dikke muren, op de steengroeve, in de gezamenlijke slaapzalen en in de cellen, kun je de onderdrukking en pijn voelen. Als je buiten het gebied komt en je de school ziet waar nog zo’n 20 leerlingen op zitten, voel je verlichting. Er is ook een begraafplaats op het eiland, mensen met besmettelijk ziektes (meestal lepra) werden voor het in een gevangenis veranderde naar het eiland gestuurd om er te sterven en vervolgens begraven te worden.

5 december zal nooit meer alleen pakjesavond zijn. Het zal ook de dag zijn dat een grote held ons het leven liet en waarop de wereld gespannen afwachtte hoe het met Zuid-Afrika zal verkeren. Maar na 95 jaar en zijn turbulente leven, heeft hij de rust wel verdiend.

Write it down

Vijftig duizend woorden in een maand


Source, edited by me
Nog even en dan zitten al mijn tentamens erop. Morgen heb ik de laatste en dat is voornamelijk Engelse grammatica en woordenschat, dus ik neem aan dat dat wel goed gaat komen. Voor mijn gevoel ben ik er dus al vanaf (misschien ook niet heel erg slim) en kijk ik alvast naar alles wat ik na donderdag wil doen. Een kappersbezoekje staat sowieso al op de planning, een avondje koken met een vriendinnetje dat ik al lang niet meer gezien heb en zaterdag drankjes doen in de stad lijken me toch een mooi vooruitzicht. Maar, is er meer?

Vrijdag is het 1 november. Het is niet alleen de maand van de NOvember, waarin ik nee zeg tegen alle zoete en slechte verleidingen in de keukenkastjes, maar ook NaNoWriMo. Vorig jaar deed ik mee, maar ik schreef een verhaal dat niet echt ergens op sloeg. Of gewoon helemaal nergens op, eigenlijk. Het kriebelt om dit jaar mee te doen en meer dan de 10 000 woorden te halen, maar ik heb geen idee hoe ik dat in moet plannen. Druk, druk, druk. Wil je het jezelf dan nog drukker maken? Ja maar, ja maar, het is zo’n leuk project!

In het kader van Try before you die (grapje, ik ga er vanuit dat dat voorlopig nog niet zo nodig is), wil ik het gewoon proberen. 50K? Dat zal me wel niet lukken als ik daarnaast ook nog mijn dagelijkse dingen wil doen, maar ik kan het op z’n minst proberen. Niet geschoten is altijd mis. Dus ik ben voorlopig even bezig met mijn oude account onder het stof vandaan te poetsen en een plot te bedenken. Wie weet schrijf ik dit jaar iets dat wel het posten waard is…

Psst, Petra, als ware NaNoWriMo expert in de drukte, hoe overleef jij dit? Enne, als er nog meer mensen zijn die mee gaan doen, alle tips zijn welkom!