socmediacrisis
    Communicatie, Opinie

    Laten we lief zijn tijdens #brusselsattacks

    Eerder schreef ik over Charlie Hebdo, maar over Parijs liet ik niets weten. Ik zat nog in Australië en hoorde het nieuws op de radio terwijl ik door New South Wales aan het rijden was met mijn ouders. De schrik zat er wel in, maar wat we hoorden kwam bij mij niet echt binnen. Noem het een bubbel, noem met je kop in het zand willen steken. Maar vanochtend? Alles was anders.

    Ik was eigenlijk net wakker en zag via Facebook dat er twee explosies waren geweest op het vliegveld in Zaventem, in de buurt van Brussel. Eigenlijk zonder nadenken opende ik Twitter in de hoop op meer informatie. Er waren wat filmpjes, een foto, woorden van een getuigen. Tegelijkertijd zat ik in een bus met nietsvermoedende mensen; klaar om hun dag te beginnen zoals iedere andere dag. Pas toen er twee Belgische meisjes binnen stapten besloot één van mijn medepassagiers, die al de gehele rit in zijn telefoon gedoken zat, te melden wat er was gebeurd.

    Social media. Een vloek of een zegen tijdens zo’n crisis? Het is toevallig ook het onderwerp van mijn bachelorthesis. Al gaat mijn scriptie erover hoe mensen humor gebruiken tijdens een crisis en beslaat zo’n crisis een langere periode. Niet zoals vandaag. Niet dat je wakker wordt en op social media op zoek gaat naar informatie om je honger te kunnen stillen. Twitter, de journalisten op Twitter, getuigen, betrokkenen delen hun informatie nog voordat de gerespecteerde nieuwszenders ook maar flinters uit kunnen zenden.

    En dat is fantastisch. Echt waar. Ik vind het prachtig hoe we van een medium waar we op deelden wat we die dag gegeten hadden zijn gegaan naar een echte nieuwsvoorziening. Waar we met hashtags een categorisering kunnen maken in de zeeën aan content, woorden, zinnen, foto’s, filmpjes.

    Maar social media heeft ook nadelen. Vlak nadat het gebeurd is, zo’n ramp, zo’n aanslag, zo’n noodtoestand, delen we foto’s van slachtoffers en gewonden die we vroeger niet echt zagen. Ze waren er wel, maar de traditionele media selecteerde en censureerde zich voor ons. Ik zag foto’s van bebloede mensen en wilde eigenlijk alleen maar roepen: laat deze mensen, respecteer ze, dit hoeft niet online.

    Maar het moet wel online. Het is bewijs van wat er is gebeurd. Het stilt onze honger naar informatie. Dat we daarbij voorbij gaan aan het feit dat daar echt een papa of mama met een bloedend been op de grond ligt, doet er dan niet zoveel toe. Ze geven ons aanleiding om dingen te roepen. Meningen te hebben. Opmerkingen te maken.

    Dingen zoals: ‘Wat een verschrikkelijke aanslag; GRENZEN SLUITEN NU DIRECT.’ Of zelfs een blog schrijven over het niet willen hebben van gekleurde schoonkinderen. Of roepen dat de Islam hierachter zit en dat de Islam een uitroeiend geloof is, etc. etc. Twitter is, doordat het zo anoniem, toegankelijk en makkelijk begaanbaar is, ook een wijze geworden om ons te uiten. En van die meningen zijn er gewoon nogal veel na het gebeuren van zo’n aanslag.

    En eerlijk? Daar word ik vooral moe van. Al eerder schreef ik een draft over de kracht en zwaktes van social media en dan vooral waarom we volgens mij een beetje social media moe zijn, maar er vooral nog te afhankelijk van zijn om dat toe te willen geven. #Brussel bewees het.

    Dat jij vindt dat de grenzen dichtmoeten, dat de Islam slecht is, of dat mensen niet zo racistisch moeten zijn, dat de NOS en RTL niet met genoeg informatie komen, dat de wereld een verrotte plek is geworden, dat je vindt dat Rutte een flapdrol is omdat hij geen poot uitsteekt. Het kan mij allemaal niet schelen. Het enige dat mij iets kan schelen is de #ikwilhelpen, waarbij mensen onderdak bieden aan andere mensen die vastzitten in Brussel door de lockdown. Solidariteit. Vereniging. Samen staan.

    Laten we vandaag alsjeblieft gewoon een beetje lief zijn voor elkaar. Vooral geen racistische uitingen plaatsen; we hebben iedereen in deze wereld net zo hard nodig. Geel, zwart, gekleurd, Moslim, Hindoeïst, Christen of atheïst.

    Ik weet dat liefde weinig oplost, maar het verzacht de pijn wel een beetje. Let’s prove violence wrong.